GroenLinks Amstelveen stelt vragen over groei Schiphol

GroenLinks Amstelveen heeft kritische vragen gesteld aan het college van B&W over Schiphol. Amstelveen is één van de belanghebbenden van Schiphol die binnenkort advies uitbrengen over de mogelijke groei van de luchthaven. GroenLinks wil weten hoe de wethouder zich op belangrijke punten gaat opstellen en bepleit een einde aan de groei van Schiphol, omdat de partij nog meer overlast in Amstelveen niet acceptabel vindt.

GroenLinks wil van het college van B&W duidelijkheid over de opstelling als het gaat om de mogelijke groei van Schiphol. Schiphol heeft vorige week de langverwachte concept-milieueffectrapportage (MER) uitgebracht, waarin onder andere staat dat er mogelijkheden zijn om door te groeien van 500.000 vluchten per jaar naar 540.000 vluchten. De Omgevingsraad Schiphol (ORS) is nu gevraagd om in de komende weken advies uit te brengen over de toekomstige ontwikkeling van Schiphol. In de ORS is wethouder Raat de vertegenwoordiger namens Amstelveen.
GroenLinks wil dat het totaal aantal vluchten niet verder mag groeien dan het aantal van  500.000 vluchten per jaar dat nu al bereikt is. De partij wil weten of het college groei boven de 500.000 vluchten wel gaat accepteren. Een heikel punt daarbij is ook het aantal nachtvluchten, dat boven Amstelveen heel veel overlast geeft. GroenLinks fractievoorzitter Martin Kortekaas: ‘Wij  houden de wethouder aan zijn eerdere uitlatingen dat het aantal nachtvluchten tot het absolute minimum beperkt moet worden.’
De overlast in Amstelveen wordt vooral veroorzaakt door het overmatig gebruik van de Buitenveldertbaan en de Aalsmeerbaan. Schiphol heeft met de huidige afspraken te veel ruimte om deze banen naast de Polderbaan te gebruiken. GroenLinks vraagt de wethouder dan ook om vast te houden aan beperking van het gebruik van deze banen.
Ook ter discussie staat de manier waarop Schiphol tot nu toe berekent hoeveel overlast er is door geluid en door de slechte luchtkwaliteit. Martin Kortekaas daarover: ‘GroenLinks pleit al langer voor het meten van de herrie en de luchtkwaliteit en te stoppen met kunstmatige berekeningen die geen goed beeld geven van de werkelijk beleefde overlast.’